zondag

Hij en zij

Het zag er uit als een foto die ze kende uit het plakboek van haar moeder. De man zat op zijn fiets en stak een hand op naar de persoon die de foto maakte. Hij grijnste van oor tot oor. In de linkerbovenhoek van de foto een stukje wijsvinger van de hand die terugzwaaide. Een klein vierkant venster op de grijze wereld die bevolkt was door langharige mannen en kortgerokte vrouwen.
Hij zwaaide en keerde zijn fiets. Ze maakte in gedachten een foto voor als hij nooit terug zou komen. Dan zou dit de laatste keer zijn dat ze hem had gezien. Hij zag er bijzonder onknap uit vanochtend. Ongeknipt en onuitgeslapen. Dezelfde broek als de man van gisteren droeg en de man van eergisteren en eereergisteren. Verder dan dat ging haar archief niet. De plaatjes werden meestal na drie dagen gewist. Tenzij er iets uitzonderlijks was gebeurd. Er gebeurde nooit iets dat zij als uitzonderlijk zou omschrijven. Maar ze had nou eenmaal nogal veel fantasie. Daar kon zij niets aan doen. En hij ook niet. Al deed hij nog zo zijn best.
Ze keek hem na terwijl hij de straat uitreed. De bomen zwiepten heen en weer. Er was zwaar weer voorspeld door de schuchtere weerman waar ze zo’n zwak voor had omdat hij altijd net niet de camera inkeek en zijn maatpakken droeg alsof hij er in geboren was. Ze had horen fluisteren dat hij de zoon was van een ouderwetse kleermaker. Of misschien had ze dat zelf bedacht. Dat zou ook kunnen.
Hij had zich nog een keer omgedraaid en gezwaaid. Ze had teruggezwaaid en was blijven zwaaien totdat hij al in de volgende straat was verdwenen.
Binnen was het donker. Ze deed alle lichten aan en keek hoe de donkergrijze wolken zich boven de daken van de overburen verzamelden. Hoe zat dat ook al weer met regen en bergen en verdamping en wolken? Ze zag al die druppels op elkaar gepropt binnenin die wolk zitten. Als haringen in een tonnetje. Of garnalen in een net, zoals hij altijd zei in een poging om grappig te zijn. Alsof spreekwoorden op zichzelf al niet grappig genoeg waren. Vond zij. Zat de regen in de wolk of was de wolk gemaakt van regendruppels? Onmogelijk. Als ze “wolk” dacht zag de plukken watten die onder het vliegtuig hingen of de bloemkoolachtige vormen die kinderen tekenen. Zachte, droge, wollige substanties zonder een greintje vocht.
Toch begon het te regenen uit de wolken aan de overkant. Grote dikke druppels die midden op het troittoir vielen.