zondag

Zij (4)

Rinkelde de telefoon al lang?
“Hallo. We zijn er niet. Laat een boodschap achter na de piep of probeer het later nog eens. Daaaag.”
Een leugen. Onschuldig weliswaar, maar toch. Ze zou hem vragen om de boodschap te veranderen. Er werd ingesproken maar ze hoorde niets. Het rode lichtje ging knipperen. In een impuls pakte ze op. “Hallo?” Te laat. De hoorn rook naar koffie. Ze stak haar tong uit en likte aan het spreekgedeelte. Het smaakte ook naar koffie.

Ze zette koffie. Klopte melk. Viste een onsmakelijk ogend koekje uit de keukenkast. Dronk de koffie. At het koekje. Smeerde een boterham. Sneed zich in haar hand. Haar linkerwijsvinger lag verloren op het broodplankje. Het mes zat nog altijd in haar rechterhand. Behaaglijk.
“Wat zou je doen?” Nu wist ze het wel. Inpakken in ijs. Hand afbinden. Ambulance bellen. Of flauwvallen en wachten tot hij haar vond. Romantischer maar onpraktischer. Dat zou haar misschien de vinger kosten. Hoe lang zou het duren voordat je leeggebloed was? Zou de wond die een afgesneden vinger oplevert daar groot genoeg voor zijn? Ze likte een enkele druppel bloed op en zocht de huidkleurige pleisters om de wond te camoufleren.